AED

Doordat een AED een eenvoudig te bedienen automatisch toestel is, is het nu mogelijk dat defibrilleren niet uitsluitend door de professionele hulpverleners kan worden uitgevoerd, maar ook door andere (opgeleide) personen. Op een AED zitten meestal slechts twee knoppen. Eén om het toestel in te schakelen en één om een schok toe te dienen. Na het aanzetten zal het toestel de hulpverlener door middel van gesproken instructies begeleiden. Het zal de hulpverlener vragen om de elektroden op de borst van het slachtoffer te plakken en het zal nadien automatisch een analyse van het hartritme maken. Stelt het toestel vast dat er sprake is van ventrikelfibrilleren of ventrikeltachycardie, dan zal een elektrische schok worden geadviseerd en zal het de hulpverlener instrueren om deze toe te dienen. Vervolgens gaat men weer door me thoraxcompressies en beademen (Basic Life Support).

Gebruik in Nederland

In Nederland is het iedereen toegestaan om in geval van een noodsituatie of een levensbedreigende situatie een AED te gebruiken. Gelet op het feit dat de Wet BIG niet uitsluit dat in noodsituaties door niet-bevoegden voorbehouden handelingen worden verricht en toepassing van de AED slechts in noodsituaties plaatsvindt, ontbreekt de noodzaak om defibrillatie in de vorm van de AED te schrappen als voorbehouden handeling. Uiteraard blijft defibrillatie als zodanig (te weten door middel van andere apparaten dan de AED) als voorbehouden handeling in artikel 36 van de Wet BIG gehandhaafd.

AED staat voor Automatische Externe Defibrillator

Een automatische externe defibrillator is een draagbaar toestel dat wordt gebruikt bij een persoon met een circulatiestilstand, waardoor op een geautomatiseerde manier een elektrische schok wordt toegediend, met als doel het hart weer in een normaal ritme te brengen.

 

 

Een AED is geen hartmassageapparaat

Een AED wordt geheel ten onrechte regelmatig een hartmassageapparaat genoemd. Een AED geeft echter een elektrische schok en geen hartmassage. Bij een persoon met een circulatiestilstand is het toedienen van thoraxcompressie (hartmassage) door de hulpverlener van levensbelang, ook als een AED tijdens de reanimatie wordt ingezet. Als een schok gaat worden toegediend, wordt ten opzichte van het slachtoffer, volgens de instructies van de AED, afstand gehouden, en wordt even niet gemasseerd.

 

 

 

 

Werking

Een AED bestaat onder andere uit een microprocessor elelektrode. De elektroden verzamelen informatie over het ritme van het hart, welke informatie door de microprocessor wordt geïnterpreteerd. Als er sprake is van ventrikelfibrillatie of ventrikeltachycardie, adviseert de microprocessor een schok om het hart te defibrilleren. Met toediening van de elektrische schok wordt getracht het myocard (hartspierweefsel) te depolariseren (ontladen), om zo de sinusknoop weer de kans te geven de controle over het hartritme terug te krijgen, waardoor het hart weer in een normaal ritme gaat kloppen.

 

Toepassing

Bij personen met een circulatiestilstand, is het van belang dit zo snel mogelijk te herkennen en zo snel mogelijk hulp te bieden. Deze hulp wordt de keten van overleven genoemd en bestaat uit:
•zo spoedig mogelijk alarmeren via 1-1-2;
•zo spoedig mogelijk starten met Basic Life Support;
•zo spoedig mogelijk een AED inzetten (zo nodig defibrilleren);
•zo spoedig mogelijk Advanced Life Support (uitgebreide medische hulp) verlenen.